Werkwijze

Provincie Flevoland, LTO Noord, de gemeenten Noordoostpolder en Zeewolde, Waterschap Zuiderzeeland en het Rijksvastgoedbedrijf zijn de betrokken organisaties in dit gebiedsproces. Al deze partijen ondertekenden in 2021 een bestuurlijke intentieverklaring om het gebiedsproces bodemdaling gezamenlijk in gang te zetten. Het doel van het huidige gebiedsproces is om tussen 2026 en 2029 samen kennis op te doen over praktisch getoetste maatregelen in gebieden waar de bodem daalt en het natter wordt. Hiervoor tekenden de partijen eind 2025 een samenwerkingsovereenkomst. Vervolgens heeft de stichting Acacia Water Futures begin 2026 een subsidie verkregen om tal van mogelijke maatregelen te onderzoeken in samenwerking met de betrokken agrariërs. Daarbij wordt gekeken naar de effecten van deze maatregelen op de korte en lange termijn. Zo kunnen agrariërs betere keuzes maken voor de toekomst van hun bedrijf en kunnen overheden beleid ontwikkelen dat aansluit bij de praktijk.

Stuurgroep, projectgroep en werkgroepen 

Voor het gebiedsproces is een stuurgroep ingericht met bestuurders van deze zes betrokken organisaties inclusief een vertegenwoordiging van de direct betrokken agrariërs. Er is ook een onafhankelijk gebiedsregisseur aangesteld die het gebiedsproces begeleidt. Deze gebiedsregisseur wordt ondersteund door een projectgroep. In deze projectgroep zitten medewerkers van de zes organisaties die betrokken zijn bij het gebiedsproces bodemdaling. Daarnaast zijn er drie werkgroepen opgericht met agrariërs uit gebieden waar bodemdaling nu al merkbaar is: in de Zuidlob, Dodaarsweg/Ibisweg (beide gemeente Zeewolde) en Zuid West Emmeloord (gemeente Noordoostpolder).

Werkpakketten en resultaten 

Het gebiedsproces onderzoekt tot en met 2029: 

  • Welke gebieden het hardst worden getroffen door bodemdaling 
  • Wat de effecten zijn op landbouw en waterbeheer 
  • Welke maatregelen kunnen helpen nu en op de lange termijn 
  • Wat die maatregelen kosten en wat hun neveneffecten zijn op bodem, water en landbouw. 

Dit gebeurt aan de hand van vijf samenhangende werkpakketten die hieronder staan uitgeschreven. Het resultaat is een pakket aan feitelijke kennis en handelingsperspectieven waar de provincie, agrariërs en andere betrokkenen samen mee verder kunnen werken. Dit alles voor een toekomstbestendige landbouw in Flevoland.

1. Waterhuishouding korte termijn 

In de drie gebieden Zuidlob, Noordoostpolder Schokland en Dodaarsweg worden pilots opgezet. Daarin worden maatregelen getest die de waterhuishouding verbeteren in gebieden met bodemdaling. Deze pilots moeten inzicht geven in de werking van de maatregel op de pilotlocatie en ook inzichten bieden voor toepassingen in andere bodemdalingsgebieden.

2. Data op orde 

In dit werkpakket wordt feitelijke data verzameld en geanalyseerd. Data die er nu al is over bodemdaling, bodemopbouw en waterhuishouding. Deze data wordt aangevuld met lokale kennis van agrariërs. 

3. Geschiktheid 

Dit werkpakket onderzoekt hoe geschikt landbouwgrond in de toekomst blijft, afhankelijk van de bodem en mogelijke maatregelen. 

4. Langetermijneffecten 

Wat gebeurt er op de lange termijn als we niets doen of juist bepaalde maatregelen nemen? Deze scenario's worden in beeld gebracht binnen dit werkpakket. 

5. Verduurzaming pacht 

In dit werkpakket wordt gekeken of er afspraken over pacht, in samenwerking met het Rijksvastgoedbedrijf, kunnen bijdragen aan toekomstbestendig landgebruik. 

Aanmelden voor Nieuwsbrief Landelijk Gebied